Op deze pagina
Ja of nee, met cijfers erbij
Een proof of concept, kort PoC, beantwoordt een vraag voor je geld in het volledige product steekt. Het antwoord is ja of nee, met cijfers erbij. Kan een AI onze werkbonnen lezen? Praat ons oude boekhoudpakket met een nieuwe planning? Haalt de server tienduizend berichten per uur? Dat zijn vragen voor een proof of concept.
Wat een PoC niet is: een eerste versie voor gebruikers. Er is geen mooi scherm, vaak geen login, en de code wordt soms weggegooid. Wat overblijft is kennis: je weet of het kan, onder welke voorwaarden en wat het kost om het echt te bouwen.
Een begrip uit de techniek, met een vaste plaats bij NASA
Letterlijk betekent het bewijs van het concept. De term heeft een vaste plaats in de manier waarop ingenieurs de rijpheid van technologie meten. NASA werkt met negen Technology Readiness Levels: bij niveau 3 beginnen onderzoek en ontwerp echt, en daar wordt vaak een proof-of-concept-model gebouwd. Pas daarna worden onderdelen samen getest. De Europese Commissie nam dezelfde schaal over in Horizon 2020; in het werkprogramma 2014-2015 heet niveau 3 letterlijk experimental proof of concept, en niveau 9 een systeem dat zich in de praktijk bewezen heeft.
Europa financiert de stap ook. De European Research Council geeft onderzoekers een Proof of Concept Grant van 150.000 euro voor 18 maanden, om te testen of een idee uit hun onderzoek een product of dienst kan worden. In software is de schaal kleiner, maar de vraag dezelfde: werkt het, voor we bouwen?
200 werkbonnen als meetlat
De proef in vier stappen
- 01Een vraagLeest AI onze papieren werkbonnen juist genoeg om het overtikken te schrappen?
- 02De meetlat, voorafPer veld 95 procent juist op 200 echte bonnen van vorige maand.
- 03De testFoto's door een model, uitkomst naast wat kantoor overtikte.
Uitkomst op 200 werkbonnen
Schaal van 80 tot 100 procent
Klant en adres98%
Datum99%
Gewerkte uren96%
Materialen en aantallen87%
Onder de lat: afkortingen en doorhalingen
Handtekening aanwezig97%
Meetlat: 95 procent juist
Een voorbeeld, geen klant. Vier velden halen de lat; de materialen niet. Het besluit: de app bouwen voor uren en klanten, materialen kiezen uit een lijst in plaats van ze te laten lezen.
Bewijs, prototype of eerste versie
Drie vormen die alle drie klein beginnen, maar elk een andere vraag beantwoorden. De MVP is de kleinste versie die echte gebruikers al elke dag gebruiken; het prototype toont hoe het eruitziet en werkt; de proof of concept bewijst dat het technisch kan.
| Vorm | De vraag | Voor wie | Met echte gegevens | Typische duur | Wat erna overblijft |
|---|---|---|---|---|---|
| Proof of concept | Kan het technisch? | Het bouwteam en de beslisser | Ja, een steekproef | Een tot drie weken | Een cijfer, een besluit, soms herbruikbare code |
| Prototype | Begrijpen mensen het? | Testers en de klant | Meestal niet | Dagen | Schermen en feedback, vaak een wireframe als begin |
| MVP | Gebruiken mensen het? | Een kleine groep echte gebruikers | Ja | Zes tot twaalf weken | Een product om op verder te bouwen |
De volgorde is niet heilig. Is de techniek bekend, bijvoorbeeld een webapplicatie met formulieren en een database, dan sla je de proof of concept over. Hangt alles aan een koppeling met software van een ander, of aan een AI-model dat je documenten moet lezen, dan begin je ermee.
AI eerst op 200 echte documenten
Bij AI is een proof of concept bijna altijd de eerste stap, omdat je pas weet hoe goed een model werkt als je het op je eigen documenten loslaat. Een demo op voorbeelden van de leverancier zegt weinig over jouw handschrift, jouw afkortingen en jouw uitzonderingen. De gids AI implementeren in je bedrijf zet die test als vaste stap voor elke uitrol.
Stel: een installateur in Lokeren met zes techniekers. Elke week komen er zo'n 120 papieren werkbonnen binnen, en op kantoor tikt iemand ze over: drie minuten per bon, zes uur per week. De vraag voor de proof of concept: leest een AI-model een foto van een werkbon juist genoeg om dat overtikken te schrappen? De meetlat ligt vooraf vast: per veld 95 procent juist op 200 echte bonnen van vorige maand, vergeleken met wat kantoor intikte.
De uitkomst in het voorbeeld: klant, datum, uren en handtekening halen de lat, de materialen niet, door afkortingen en doorhalingen. Het besluit is dan geen ja of nee maar een betere vraag: lees wat goed gaat, en laat de techniekers materialen aanvinken in een werkbon-app in plaats van ze te schrijven. Wat de proof of concept ook toont: niet alles heeft AI nodig. Facturen van Belgische leveranciers komen sinds 1 januari 2026 als gestructureerde e-factuur via Peppol; een UBL-factuur lees je zonder model, gewoon als data.
Zonder meetlat bewijst een proef niets
Spreek voor de test af wat goed genoeg is, op welke gegevens en wie beslist. Wie pas achteraf bepaalt wanneer het geslaagd is, vindt altijd een reden om door te gaan.
Vijf tot zes werkdagen, en wat dat kost
De kost zit in tijd, niet in software. Neem het voorbeeld van de werkbonnen, met een aangenomen dagprijs van 600 euro. Een dag om de vraag, de meetlat en de 200 bonnen klaar te zetten. Twee tot drie dagen om de test te bouwen: foto's in, velden uit, naast de overgetikte versie. Een dag om te meten en een dag om het besluit voor te bereiden. Samen vijf tot zes dagen, 3.000 tot 3.600 euro.
Het model zelf kost bijna niets. Een foto van 2000 op 1500 pixels telt voor Claude ongeveer 1.564 tokens; met de instructie en het antwoord erbij reken je per bon zo'n 2.100 tokens invoer en 300 uitvoer. Aan de prijs van Claude Sonnet 5.5, 2 dollar per miljoen tokens invoer en 10 dollar uitvoer, is dat 0,7 dollarcent per bon: 1,44 dollar voor alle 200, ongeveer 1,29 euro. Hoe die tokens tellen en wat andere modellen kosten, reken je na met onze AI-kostentool.
Tegenover die 3.000 euro staat het risico dat je vermijdt. Zes uur overtikken per week, aan 40 euro loonkost per uur en 46 werkweken, is 11.040 euro per jaar. Werkt de oplossing, dan is dat de winst. Werkt ze niet, dan weet je het na een week in plaats van na een project van 20.000 euro. Hoe zo'n groter project begroot wordt, lees je in wat software laten ontwikkelen kost.
Afspraken voor de eerste dag
- Een vraag in een zinNiet "AI voor onze administratie", wel "leest een model onze werkbonnen juist".
- Echte gegevensEen steekproef uit je eigen werk, ook de lelijke gevallen, niet de tien mooiste voorbeelden.
- Een meetlat in cijfersWat goed genoeg is per onderdeel, en waartegen je vergelijkt.
- Een vast tijdvakEen tot drie weken. Loopt het uit, dan is dat ook een uitkomst.
- Een besluitdatumBouwen, bijsturen of stoppen, met wie dat beslist.
Voor je aan een proef begint
Wat betekent PoC?
In software en bij projecten staat PoC voor proof of concept, een test die bewijst dat iets technisch kan. In de zorg betekent dezelfde afkorting point of care, een test aan het bed van de patiënt, zoals een snelle glucosemeting. De context zegt welke bedoeld is.
Wat is het verschil tussen een proof of concept en een pilot?
Een proof of concept test de techniek, meestal buiten de dagelijkse werking. Een pilot zet een werkende oplossing een tijd in bij een deel van het bedrijf, met echte gebruikers, om te zien of ze in de praktijk standhoudt. Een pilot komt dus na de proof of concept, en lijkt meer op een MVP.
Wat als de proof of concept faalt?
Dan heeft hij zijn werk gedaan. Je weet voor een fractie van de prijs dat het idee zo niet werkt, en vaak ook waarom. Meestal volgt een kleinere of andere vraag: een ander model, minder velden, of een formulier in plaats van een foto.
Wie is eigenaar van de code van een proof of concept?
Leg dat vast in de offerte. Laat je een PoC bouwen en betaal je ervoor, dan hoort de code en de meting bij jou, zodat je met een andere partij verder kan als je dat wil.
